
Nederlands oudste culturele tijdschrift
De Gids – “sinds 1837”- verrast met een driedubbele zomeraflevering getiteld
De titels van Montaigne.
De Franse auteur en magistraat Michel de Montaigne (1533-1592) werd beroemd met zijn Essais, waarvan de laatste editie uit 107 essays bestaat. Uniek aan zijn beschouwingen is dat hij zich primair baseert op zijn eigen ervaringen. In zijn voorwoord schrijft hij dan ook dat hijzelf de enige stof is van zijn boek.
De redactie van De Gids, versterkt met gastredacteur Maarten Asscher, nodigde 107 auteurs uit Nederland en Vlaanderen uit onder de 107 titels van Montaignes “Essais” gloednieuwe, eigentijdse essays te schrijven. Nadrukkelijk wordt in het voorwoord gesteld dat het niet de bedoeling is “de bestaande essays van Montaigne te interpreteren of te citeren”. De naam Montaigne moest bij voorkeur verzwegen worden.
Het resultaat is een vuistdikke aflevering van een kleine 500 bladzijden met een bonte verzameling beschouwingen van de meest uiteenlopende hedendaagse auteurs. Zo schrijft Leo Vroman over het bestraffen van lafheid, Geert Van Istendael over een gebrek in ons maatschappelijk systeem, Willem Otterspeer over dronkenschap, Kristien Hemmerechts over de meest voortreffelijke mannen, Yves Petry over de genegenheid van vaders voor hun kinderen en Cyrille Offermans tegen de lediggang.
Wie hierna de behoefte voelt de “oeressays” van Montaigne te lezen, kan terecht in twee moderne Nederlandse uitgaven, resp. vertaald door Frank de Graaff en Hans van Pinxteren, èn uiteraard in de nieuwe Pléiade-editie.