De Volkskrant opent vandaag met het bericht dat op een veiling in het Engelse Gloucestershire gisteren mogelijk een vroeg zelfportret van Rembrandt is opgedoken. Omdat ervan was uitgegaan dat het om een werk van een 19de-eeuwse navolger van Rembrandt ging, bedroeg de richtprijs ongeveer 1000 euro. Een onbekende koper, die ervan overtuigd was dat het een èchte Rembrandt betrof, verwierf het voor ruim 3 miljoen euro. U ziet
hier beelden van het NOS-Journaal waarin het schilderij te zien is.
Jan Six, hoofd van de afdeling oude meesters van het veilinghuis Sotheby’s Nederland, noemt het "hoogst waarschijnlijk" dat het hier gaat om de grootste Rembrandt-vondst van de laatste tien jaar. Het schilderij getiteld De jonge Rembrandt als Democritus de lachende filosoof (zie illustratie) zou uit 1629 dateren en is geschilderd met olieverf op koper, wat Rembrandt overigens hoogst zelden deed. Volgens de Volkskrant ontdekten Londense collega’s van Six "dat het monogram op het schilderij niet HL luidt, zoals de catalogus vermeldt, maar RHL – wat staat voor Rembrandt Harmensz Leidensis." Verder vond Six zelf een vermelding van het schilderij in de kunsthistorische literatuur: "In Iconographia Batava uit 1897, van Moes, wordt het genoemd als een verloren gegaan zelfportret".
Overigens is het pikant dat de kunsthistoricus Jan Six een verre nakomeling is van zijn naamgenoot, van wie Rembrandt zijn meest beroemde portret schilderde. We hebben daarover onlangs bericht omdat het voor het eerst sinds lange tijd in het openbaar te zien is.
Ongetwijfeld zal er binnenkort een discussie losbarsten over de nieuwe ontdekking. Zo is het wachten op het oordeel van de grote Rembrandt-deskundige Ernst van de Wetering. Maar dan nog. In Ons Erfdeel 2006/2 kunt u een beschouwing lezen van Gary Schwartz, getiteld "Ja, maar": Rembrandt blijft lastig over de grote problemen die zich voordoen bij het onderkennen van de authenticiteit van Rembrandts schilderijen.