
Afgelopen zaterdag vond in Amsterdam op initiatief van het
NLPVF en met medewerking van de Nederlandse
Taalunie, het
Expertisecentrum Literair Vertalen, het Nederlands
Fonds voor de Letteren en het
Vlaamse Fonds voor de Letteren de Grote Vertaaldag plaats. Onder de noemer "Vertalen. Een hele kunst" werd er de hele dag gedebatteerd over het hoe en wat van het vertalen. Cees Nooteboom hield de openingslezing; Philip Freriks sloot de dag af. Daartussenin waren er verscheidene presentaties over problemen rond vertalen. Het volledige programma kunt u
hier opnieuw bekijken.
De woensdag voordien werd in het internationale literatuurhuis Passa Porta door dezelfde initiatiefnemers al een soortgelijke dag georganiseerd in Brussel.
Op die vertaaldagen werd aan de Vlaamse en Nederlandse ministers bevoegd voor Onderwijs en Cultuur (in Nederland is Ronald Plasterk bevoegd voor beide; in Vlaanderen is Frank Vandenbroucke minister van Onderwijs en Bert Anciaux minister van Cultuur) een Vertaalpleidooi bezorgd. Daarin formuleerden de initiatiefnemers vijf concrete aanbevelingen. Voor volgende punten zouden de respectieve ministers (én de Europese Unie) zich moeten inzetten, vinden zij:
- Er moet een nieuwe literaire vertaalopleiding komen, binnen de muren van de universiteit. Literair vertalen is immers een creatief beroep dat een academisch kennis- en denkniveau vergt.
- Er moeten meer mogelijkheden worden gecreëerd voor begeleiding, bijscholing én verdieping voor beginnende én ervaren vertalers. Zo kan een "doorgaande leerlijn" ontstaan.
- De positie van de professionele literair vertaler moet worden versterkt, zowel economisch als cultureel.
- De veelvormigheid van het literaire aanbod moet worden vergroot, door de letterenfondsen meer ruimte te geven om vertalingen van "moeilijke" boeken en belangrijke non-fictie te ondersteunen.
- Europa zou het literair vertalen als een bij uitstek Europese discipline moeten omarmen, onder meer door structurele subsidies aan alle Europese vertalershuizen te verstrekken.