De Nederlandse beeldhouwster Hieke Luik (zie Ons Erfdeel 2010/3) neemt als enige vrouw deel aan de expo Vaders en zonen. Beeldhouwers kiezen beeldhouwers, die nog tot 10 oktober 2010 in het museum Beelden aan Zee loopt.
Het museum uit Scheveningen vroeg aan vijftien bekende Nederlandse beeldhouwers met welke jongere collega zij zich het meest verwant voelen en bracht hun werken samen.
Deze tentoonstelling brengt zo de relaties tussen drie opeenvolgende generaties Nederlandse beeldhouwers in beeld en biedt een eclectisch overzicht van de enorme verscheidenheid in zowat 65 jaar Nederlandse beeldhouwkunst.
Eerste generatie
De eerste generatie werd geboren tussen 1910 en 1930. Het gaat om Shinkichi Tajiri (1923-2009), Piet Slegers (1927), Ben Guntenaar (1922-2009), Carel Kneulman (1915-2008) en Carel Visser (1928).
Zij kozen respectievelijk voor: Paul Kubic (1940), Henk Visch (1950) , Berend Bodenkamp (1942), Gerard Höweler (1940) en Joep van Lieshout (1963). Samen vormen die de tweede generatie, geboren tussen 1930 en 1950.
Tweede en derde generatie
Die tweede generatie liet haar oog vallen op: Mathieu Knippenbergh (1950), Paul de Reus (1963), Hieke Luik (1958), Gerard van Rooij (1954) en Zoro Feigl (1983).
Doordat drie generaties beeldhouwers aan bod komen, passeren heel wat stijlen en stromingen de revue op Vaders en zonen: van abstract-expressionisme in de geest van Cobra tot hedendaags figuratief-poëtisch realisme
Hieke Luik in ‘Ons Erfdeel’
Het werk van Hieke Luik wordt uitgebreid besproken in een artikel in het zonet verschenen nummer van Ons Erfdeel.
José Boyens merkt daarin op dat groeikracht en levensvreugde bij Hieke Luik onlosmakelijk met elkaar verbonden blijken en de kern van haar beelden vormen.
Meer informatie over Hieke Luik op haar website, haar blog en bij haar vaste galerie.
Afbeelding: 'Boog' en 'Klimmer' op de tentoonstelling 'Vaders en Zonen' in het museum Beelden aan Zee. © Hieke Luik