‘De lyrische poëet onder de Cobrakunstenaars’ (dixit Het Parool in zijn necrologie) is niet meer: kunstschilder Corneille is afgelopen weekend op 88-jarige leeftijd overleden in Auvers-sur-Oise, het Franse dorpje waar ook Vincent van Gogh aan het eind van zijn leven belandde. De burgemeester aldaar beloofde Corneille te begraven op hetzelfde kerkhof als Van Gogh.
Guillaume Cornelis Beverloo, zoals de schilder in werkelijkheid heette, was een van de succesvolste Nederlandse kunstschilders van de twintigste eeuw. Hij stond samen met Karel Appel aan de wieg van Cobra, een expressionistische groep schilders en dichters.
In NRC Handelsblad omschrijft journaliste Willemijn Stokvis hem als ‘de Nederlandse Matisse of Bonnard’.
Cobra
Cobra ontstond in 1948 in Parijs, waar Corneille samen met Karel Appel naartoe was getrokken omdat het daar ‘allemaal gebeurde’. Voordien hadden beide heren al succes gehad in Nederland, mede dankzij Willem Sandberg, toen directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Naast Corneille en appel waren de Belgen Christian Dotremont en Joseph Noiret en de Deen Asger Jorn stichtende leden van Cobra.
Al na drie jaar werd Cobra weer ontbonden. Corneille zei later dat de beweging zich toen op haar hoogtepunt bevond.
Drie periodes
Naar eigen zeggen heeft Corneille na Cobra nog drie artistieke periodes gehad. De eerste noemde hij de lyrische, abstracte periode. Daarna schilderde hij landschappen, geïnspireerd door reizen naar Afrika.
In zijn derde periode viel hij terug op figuratie en beeldde hij voornamelijk vogels, vrouwen en bloemen af in heldere, opgewekte kleuren. Vooral met werken in deze stijl werd hij populair bij het grote publiek, ook omdat ze commercieel toepasbaar bleek, onder meer als afbeelding op dassen en pennen. Die mercantiele aanpak ging zich later wat tegen Corneille keren: hem wordt verweten zijn artistieke roots te verloochenen. ‘De man die een merk werd’, zo verwees de Volkskrant dan ook op zijn voorpagina naar de Corneille-necrologie binnenin.
Onder de titel ‘Het leven met kwast te lijf’ wordt het beeld daarin echter bijgesteld: dat hij een merk werd ‘vertroebelt het zicht op zijn oeuvre’, dat volgens journaliste Sacha Bronwasser met ‘de gretigheid van een kind, op intuïtie varend en met de blik steeds nieuw en open’ is gemaakt.
In NRC klinkt het zo: ‘Hij was als de vogel, die vrij rondvliegt boven de aarde, en in poëtische kleuren en vormen, maar ook in dichterlijke woorden in vervoering de heerlijke tuin daar beneden kon overzien.’
Corneille in Ons Erfdeel
Gedurende zijn carrière heeft het tijdschrift Ons Erfdeel twee maal stilgestaan bij het oeuvre van Corneille: toen hij vijftig werd (zie link) en toen er een belangrijke publicatie over hem verscheen (zie link).
Afbeelding: Corneille, Memoire de Cuba.