Colloquium ‘Taal in de grensstreek’: een eerste terugblik

by onserfdeel 11. februari 2011 17:03

 

Eerder deze week organiseerde Ons Erfdeel vzw, samen met de steden Menen en Wervik en de plaatselijke culturele kring, een colloquium over taal in de grensstreek, zoals je op deze blog al kon lezen. Hieronder vind je een eerste impressie van deze interessante dag.  

Het opzet

Het colloquium “Taal in de grenstreek” trachtte een stand van zaken te geven van de taalsituatie in het zuiden van West-Vlaanderen, aangrenzend aan Wallonië en Frankrijk.  

Er is vertrokken van een simpele vaststelling: het Frans is aanwezig in de grensstreek. Franstaligen komen er winkelen, werken en wonen. Ze maken gebruik van de Vlaamse diensten. Dat is eigen aan grensstreken.  

Het typische aan de situatie in deze grensstreek is dat Franstaligen hun taal meebrengen, met een zekere vanzelfsprekendheid. Ze spreken Frans in de openbare ruimte en ze krijgen meestal ook in het Frans een antwoord.

Even typisch aan deze situatie is dat er geen wederkerigheid optreedt. Vlamingen spreken geen Nederlands in Halluin. Die niet-wederkerigheid heeft te maken met taaldominantie. Talen staan altijd tegenover elkaar in machtsverhoudingen. 

Tijdens het colloquium werd deze meertaligheid als een feit, een werkelijkheid aanvaard. In het beste geval ook als een meerwaarde, een troef. Maar telkens ook werd gezocht naar voorwaarden om er zo goed mogelijk mee om te gaan 

Vier panelgesprekken

Deze taalsituatie in de grensstreek is breed in kaart gebracht met panelgesprekken, gevoerd door mensen met verschillende achtergronden. Vier thema’s kwamen aan bod in evenveel panelgesprekken: taal en werk; taal en vrije tijd; taal en samenleving; taal en onderwijs. In elk panel werd ook gezorgd voor een meer afstandelijke, academische benadering.  

Die gesprekken startten telkens met voorbeelden uit de dagelijkse praktijk. Hier vind je een lijst met de inleiders en debaters van het colloquium. 

Taal en werk

In het panel “Taal en werk” werd opgemerkt dat bedrijven uit eigenbelang een taalbeleid zullen moeten opzetten. Ongeveer 30.000 Fransen en ongeveer 2.000 Walen werken in West-Vlaamse bedrijven. De vergrijzing en de knelpuntberoepen zullen Vlaanderen dwingen anderstaligen aan te blijven trekken.  

Taal en vrije tijd

In het panel “Taal en vrije tijd” werd de grensstreek, en dus de nabijheid van een andere taal en cultuur als een kans gezien om te ontsnappen aan het stigma van de perifere positie van Zuid-West-Vlaanderen binnen de Vlaamse regio.

Om de streekvlucht tegen te gaan, zal men ook het culturele aanbod moeten vergroten, omdat mensen zich bij de keuze van een woonplaats ook daardoor laten leiden.  

Taal en samenleving

In het panel “Taal en samenleving” werd ingegaan op de provincie Vlaams-Brabant en hoe die omgaat met de groeiende meertaligheid van mensen in de Brusselse rand. Daar is een charter, met als uitgangspunt: “Respect voor de taal én begrip voor de burger”. 

Taal en onderwijs

Het panel “Taal en onderwijs” vertrok van de specifieke situatie van een school in de West-Vlaamse gemeente Rekkem. Meer dan 70 procent van de schoolbevolking komt uit een Franstalige thuissituatie.  

Deze situatie riep vragen op: hoeveel kinderen die thuis Frans spreken, kan een school aan? Is er wel voldoende personeel en begeleiding om deze situatie op te vangen? Hoe tolerant moet men zijn tegenover Frans op de speelplaats, bij het oudercontact? Is het aanbieden van enkele zaakvakken, bijvoorbeeld geschiedenis, in het Frans een goede methode om actieve meertaligheid te versterken? Of verzwakt men zo de kennis van het Nederlands? En moet de grensstreek juist niet meer inzetten op Nederlands? 

Zijn Vlamingen wel fier op hun taal?

Tijdens de panelgesprekken werd herhaaldelijk gewezen op het karakter van de gemiddelde Vlaming, die zich aanpast aan zijn gesprekspartner en dus Frans spreekt. Tegelijk werd dit talent tot aanpassing gehekeld als een vorm een gebrek aan fierheid op de eigen taal.  

Opmerkelijk was dat enkele Fransen in de zaal, in uitstekend Nederlands, zich afvroegen of Vlamingen wel fier waren op hun taal. Pijnlijker was het toen een andere Franstalige de Vlamingen wees op het feit dat de standaardtaal te weinig weerklinkt. De Franstalige en de nieuwkomer leren algemeen Nederlands in de cursus, en botsen in West-Vlaanderen op een dialect dat ze niet begrijpen. 

Een opgemerkte constante tijdens het colloquium was een ambivalentie tussen pragmatisme in de omgang met meertaligheid en een beginselvastheid wat betreft het officieel eentalige karakter van de streek. 

Het komt er ook in de grensstreek op aan om, als het over taal gaat, assertief én genereus te zijn en een wettelijk kader altijd te combineren met hoffelijkheid. 

Meer in onze publicaties

In het volgende nummer van Ons Erfdeel (begin mei) zal een uitgebreidere terugblik op dit colloquium staan en voor een uitvoerig verslag kun je midden september terecht in het jaarboek De Franse Nederlanden. 

Voor dit colloquium konden de organisatoren rekenen op de steun van de provincie West-Vlaanderen.

(foto: het panelgesprek over taal en onderwijs, met Jacques Dufourmont, Piet Van Avermaet, Luc Devoldere, Marie-Paule Quix en Geert Oppeel © Eric Vanthournout)
Reacties zijn gesloten

Over deze blog

De Ons Erfdeel Blog is een elektronische aanvulling bij het driemaandelijkse tijdschrift Ons Erfdeel. De Vlaams-Nederlandse vereniging Ons Erfdeel vzw wil de cultuur van Vlaanderen en Nederland in het buitenland bekendmaken en de culturele samenwerking tussen Nederlandssprekenden bevorderen. Ons Erfdeel vzw doet dit door het uitgeven van boeken en tijdschriften in verschillende talen over de cultuur van Vlaanderen en Nederland. Een overzicht van onze publicaties en meer over Ons Erfdeel vzw vindt u op onze website.

Het tijdschrift Ons Erfdeel werd opgericht in 1957 door Jozef Deleu. Sinds 2002 is Luc Devoldere hoofdredacteur van het blad, en van alle andere uitgaven van Ons Erfdeel vzw. 

 

 

 

 

Jongste nummer: 2012/2