Het Museum M in Leuven, dat nog geen twee jaar terug de deuren opende, wint de Museumprijs 2011 (goed voor 10.000 euro) en de PublieksPrijs 2011 (2.500 euro) voor Vlaanderen.
De jury van de prijs toont zich erg opgetogen over M, dat een “open huis” wordt genoemd. Ze looft onder meer het “strakke museumgebouw”, dat “een echte blikvanger” is en dat ook “bestaande historische panden en eigentijdse architectuur” integreert, met als bonus “een prachtig uitzicht over de stad” van op het museumdak.
Vallen nog in de smaak: de “spannende en onverwachte combinaties van oude met hedendaagse kunst” en het “veelvoud aan disciplines” dat een plaats krijgt in M.
De MuseumPrijs is een initiatief van het tijdschrift Openbaar Kunstbezit Vlaanderen, met steun van het advocatenkantoor Linklaters. Zijn ook nog in de prijzen gevallen: het Musée de l'orfévrerie - Château de Seneffe in Wallonië en het Museum voor Schone Kunsten van Elsene in Brussel. Naast M ook nog door het publiek bekroond: het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in Brussel en het MAC’s - Museum voor Hedendaagse Kunsten in Wallonië.
M in ‘Ons Erfdeel’
In het jongste nummer van Ons Erfdeel schrijft Leen Huet over de drie nieuwe stadsmusea in Vlaanderen: naast M in Leuven ook het STAM in Gent (de grootste concurrent voor M bij deze Museumprijs) en het MAS in Antwerpen.
Hieronder lees je wat ze van M vindt.
M: een museum als een fraaie sculptuur
Ik woon in Leuven. Daar prijkte in het centrum het aloude, provinciaal-gezellige museum Vanderkelen-Mertens. Een oud herenhuis met historische interieurs, wat portretten, wat kleine meesterwerken en een mooie verzameling middeleeuwse sculpturen, bijeengebracht door een professor kunstgeschiedenis met goede connecties in kloosters en abdijen. Een van de raadsels van België blijft de vraag:hoe komt het dat de oudste universiteitsstad van de Lage Landen nooit een echt bruisend cultuurleven heeft gehad? Ter vergelijking: de namen Oxford en Cambridge hebben wereldwijd aantrekkingskracht.
Wil men de reclameslogan “Leuven: eeuwenoud en springlevend” in werkelijkheid omzetten, dan is het oppoetsen van het rijke patrimonium van historische gebouwen geen slecht idee, net zomin als het optrekken van een waardevol nieuw gebouw. Architect Stéphane Beel ontwierp rond het oude herenhuis een museum als een fraaie sculptuur in de rustgevende kleur van zandsteen; hij spaarde de eik uit 1930 in de tuin en maakte er een aandachtspunt van. Doorkijkjes en een dakterras bieden een onverwachte kijk op de omringende stad. Tegelijkertijd kreeg het herenhuis een opknapbeurt: negentiende-eeuwse parketvloeren werden gerestaureerd, de wanden opnieuw beschilderd, de collectie zilver en kleinoden in een aantrekkelijke nieuwe opstelling gepresenteerd. Kortom, de ingrepen bleven prijzenswaardig discreet en smaakvol – hier geen horror zoals in het Brugse Groeningemuseum, waar de meesterwerken van de Vlaamse Primitieven na een ingreep van architectenbureau 51n4e plotseling in de koelruimte van een abattoir leken te hangen. Men speelde even met het idee om popster Madonna uit te nodigen voor de opening van M, uiteindelijk viel de keuze op de prinsessen Mathilde en Máxima, ook draagsters van het juiste initiaal. Het nieuwe gebouw werd ingewijd met een passend luisterrijke tentoonstelling: De passie van de meester belichtte het oeuvre en de invloed van de bij het grote publiek minder bekende Vlaamse Primitief Rogier Van der Weyden. Dat het onmogelijk is om topwerken in buitenlands bezit voor dergelijke tentoonstellingen te laten overkomen, moet de bezoeker erbij nemen: Rogiers sublieme Kruisafneming, geschilderd voor Leuven, bleef in het Prado te Madrid, zijn Laatste oordeel in Beaune. Men zag in Leuven dus voornamelijk werken uit Belgische collecties. Daar zaten een paar prachtige ontdekkingen tussen. De audiogids bevatte als bonus een aantal commentaren van beroemde Vlamingen op hun favoriete schilderij in het parcours. Wat deze bezoeker frappeerde, was het vreemd matte commentaar van kardinaal Danneels op het theologische meesterwerk De zeven sacramenten. Men zou denken dat de uitreiking van de sacramenten de kern van het leven van een priester uitmaakt – misschien lag het onderwerp de kardinaal te nauw aan het hart en hield hij zich daarom enigszins op de vlakte?
Precies door de schoonheid van Stéphane Beels nieuwe gebouw rezen enkele vragen. Na vier bezoeken kan ik me in het museum nog altijd niet oriënteren. En waarom slagen ook de beste hedendaagse architecten er niet langer in mooie trappen te ontwerpen en die in het geheel te integreren? Is de trap een overblijfsel uit het ancien régime? Besteden opdrachtgevers geen aandacht meer aan elegant stijgen en dalen? Bespaart men daar op kosten? Ik vind het storend om te midden van bouwkundige pracht en praal een banale betonnen trap met een akelig scherp metalen leuninkje te moeten gebruiken.
Zal Leuven de allure van Museum M kunnen waarmaken en bestendigen? Het is geen eenvoudige opdracht om tentoonstellingen van hoog niveau te blijven aanbieden. Ik kijk alvast uit naar de verjaardagstentoonstelling van Thomas Mores Utopia, in 2016 exact vijfhonderd jaar geleden gepubliceerd bij Dirk Martens in Leuven. Bij die gelegenheid zou men ook de geschiedenis van de universiteit beter uit de verf willen laten komen. Aandacht voor Erasmus, voor Justus Lipsius? Voor de rol van Leuven tijdens de godsdienstoorlog, voor de tegenstelling Leuven/Leiden? In afwachting biedt het nieuwe museumgebouw me bij menige wandeling mooie glimpen van zichzelf.