Drukke prijzendagen in literatuurland. We zetten de winnaars en hun werken hieronder op een rij.
Pernath-prijs
Afgelopen weekend is in het Antwerpse Letterenhuis de Hugues C. Pernathprijs (goed voor 4.000 euro) uitgereikt aan de Nederlandse dichteres Marije Langelaar (foto boven), voor haar bundel De schuur in (De Arbeiderspers, 2009).
De jury was van oordeel dat “met De schuur in Marije Langelaar natuurpoëzie een nieuwe dimensie gegeven heeft met een heerlijk frisse toets die tegelijk iets grimmigs heeft, iets schurends”. In Ons Erfdeel 2010/4 schreef Cin Windey over de “balsturige bundels” van Langelaar. Je kunt haar tekst hier lezen.
Bronzen Uil
Op dezelfde dag werd in Gent tijdens het nieuwe literaire festival Het Betere Boek de eerste Bronzen Uil (5.000 euro) gegeven aan Jan Vantoortelboom (foto links) voor zijn debuutroman De verzonken jongen (Contact, 2011).
De Publieksprijs was voor Ann De Craemer en haar Vurige tong (De Bezige Bij Antwerpen, 2011). Beide romans worden in het volgende nummer van Ons Erfdeel besproken.
Debuutprijs
Net voor het weekend was al bekendgemaakt dat de Debuutprijs 2011 (voor het beste literaire debuut van een Vlaamse auteur) naar Vulkaanvrucht (Meulenhoff/Manteau, 2010) van Y.M. Dangre (foto rechts) was gegaan.
De jury schrijft over in haar verslag over Vulkaanvrucht: “Onberispelijk is deze roman niet. Daarvoor is Vulkaanvrucht te overvol en ligt de ontsporing wel eens op de loer en hapert het soms bij de dialogen. Maar dit is wel een opmerkelijk vroegrijp debuut van een schrijver die op zijn bek durft te gaan en onze welwillendheid verdient, terwijl hij ook aan een eigen stijl polijst.”
Dangre debuteerde pas eind vorig jaar als romancier en viel dus meteen al in de prijzen. Dit jaar bracht hij ook zijn eerste dichtbundel uit, Meisje dat ik nog moet (De Bezige Bij Antwerpen), waarmee hij genomineerd was voor de C. Buddingh’-prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut.